MolensinWeert.nl

Nieuws, feiten, berichten, wetenswaardigheden en agenda over de Molens in Weert

.

 

Start
Omhoog

Molenconvenant&regels

Voorzitter Peter Willekens van de Limburgse Molenstichting:

"WEERTER CONVENANT MOLENBIOTOOP VOORBEELD VOOR LIMBURG"

"Het convenant Molenbiotoop dat de gemeente Weert en de Molenstichting Weerterland ondertekend hebben, is een voorbeeld voor de andere Limburgse molengemeenten." Dat zegt Peter Willekens, voorzitter van de Limburgse Molenstichting. Ook de Limburgse Molenstichting heeft het Weerter biotoopconvenant voor de molens mee ondertekend.

Voorzitter Peter Willekens van de Limburgse Molenstichting kijkt toe hoe wethouder Harrie Coolen (monumentenbeleid) van de gemeente Weert het molenconvenant ondertekend. Ook voorzitter Harrie Steeghs van de Molenstichting Weerterland plaatst zijn handtekening onder het convenant.Volgens Willekens zal de Limburgse Molenstichting initiatieven ontplooien om de Weerter afspraken over het beheer van de ruimte rond de molens door andere Limburgse molengemeenten over te laten nemen. Bovendien zal het Weerter convenant ook dienen als basis voor een meer specifiek op de watermolens toegespitste afsprakenlijst. "Vooral voor Zuid-Limburg waar veel watermolens liggen, is een speciaal waterconvenant nodig waarbij we vooral de medewerking van het Waterschap nodig hebben", aldus Willekens.

Weerts wethouder monumentenbeleid Harrie Coolen kondigde aan dat de Vereniging Hollandsche Molen in opdracht van de gemeente Weert de biotopen rond de negen molens die in Weert staan, gaat beschrijven. "Die nulmeting is nodig om steeds te kunnen volgen of zich binnen de biotoop van een molen ontwikkelingen voordoen die de mogelijkheid om de molen te laten draaien nu of in de toekomst kunnen belemmeren", aldus Coolen. De wethouder van Weert vond dat het 'aan de vasthoudendheid van de Molenstichting Weerterland te danken is dan het convenant er is gekomen.'

De Molenstichting Weerterland krijgt in het convenant de taak te waken over het beheer van de vier windmolens (St.-Anna Keent, St.-Anna Tungelroy en De Nijverheid en St.Jansmolen, beide in Stramproy) en ervoor te zorgen dat de vier molens na de restauraties die voor eind 2010 voltooid moeten zijn regelmatig zullen draaien. De Weerter particuliere moleneigenaren worden uitgenodigd het convenant eveneens te ondertekenen.

Tekst convenant

 

 

CONVENANT MOLENBIOTOOP IS EEN MIJLPAAL

Het Convenant Molenbiotoop dat de gemeente Weert, de Limburgse Molenstichting en Molenstichting Weerterland op vrijdag 12 december 2008 ondertekend hebben, is een belangrijke mijlpaal voor de molens in het Weerterland. Net zoals het eerdere besluit van de gemeenteraad van Weert om ruim 400.000 euro uit te trekken voor de restauratie van de vier molens die eigendom van de gemeente Weert zijn, dat was.

Wethouder Harrie Coolen (gemeente Weert, monumentenbeleid) haalt het Molenbiotoop convenant in de Antoniusmolen van Laar uit de graanzak  Voorzitter Harrie Steeghs (r) van Molenstichting Weerterland kijkt toe en voorzitter Peter Willekens van de Limburgse Molenstichting bestudeert de map waarin het convenant zit.

Voor het eerst in Limburg maakt een lokale overheid afspraken met moleneigenaren en -beheerders over het behoud van de omgeving rond de molens. Zo wordt voor de toekomst voorkomen dat de windvang voor de windmolens en watertoevoer voor de watermolen in het gedrang komt door ontwikkelingen als bouwprojecten of aanplant van hoogopgaand groen of door het verleggen van beken.  De molenbiotopen worden in Weert nu in bestemmingsplannen vastgelegd en de gemeente Weert verplicht zich de Molenstichting Weerterland, maar ook de particuliere moleneigenaren, te informeren over ontwikkelingen binnen de molenbiotoop.

 

De Molenstichting Weerterland benadrukt dat het nu van belang is dat ook particuliere moleneigenaren het convenant ondertekenen. Ook is het belangrijk ernst te maken met het beschrijven van de biotopen van de negen molens in Weert (de zogenaamde nulmeting) die door de Vereniging de Hollandsche molen wordt uitgevoerd. Bovendien hoopt de Molenstichting Weerterland dat de bescherming van de molenbiotopen, zoals Weert die nu heeft vastgelegd, als voorbeeld voor soortgelijke afspraken elders kan dienen.

Bijgaand de letterlijke tekst van het molenconvenant dat op 12 december 2008 tussen de gemeente Weert, de Limburgse Molenstichting en Molenstichting Weerterland wordt gesloten.

Particuliere moleneigenaren worden opgeroepen het convenant mede te ondertekenen. Dat kan op ieder gewenst moment.

 

 

MOLENCONVENANT

 

Inleiding

De provincie Limburg telt zowel watermolens als windmolens, waarvan er in totaal aan het eind van de 19e eeuw 264 in bedrijf waren. De watermolens zijn het meest typerend voor het Limburgse landschap. In de laatste 150 jaar zijn er in de provincie meer watermolens dan windmolens geweest. De vele beken, die dankzij de geaccidenteerde bodem een groot verval kennen, hebben de bouw van watermolens sterk bevorderd. In de twintigste eeuw is de afname van het aantal watermolens geleidelijk verlopen, vooral als gevolg van de invoering van omvangrijke ruilverkavelingsprojecten en veranderingen in het landbouw­bedrijf. De beken waarop de molens werkten werden gekanaliseerd. Exploitatie van deze molens werd op deze manier praktisch onmogelijk gemaakt. Van de 131 watermolens die Limburg in 1920 telde zijn er nog maar 48 over.

Een concentratie van windmolens is te vinden in Noord- en Midden-Limburg. In de tweede helft van de negentiende eeuw nam het aantal windmolens sterk toe (van 62 naar 142). De karakteristieke Limburgse standaardmolen werd in deze periode steeds meer verdrongen door het bovenkruiertype. Deze laatste was praktischer in de bedrijfsvoering en eiste minder onderhoud. De terugloop van het aantal windmolens was veel abrupter dan die van watermolens. Dit was vooral het gevolg van de oorlogshandelingen gedurende de periode 1940-1945 en de voortschrijdende industrialisering. Op dit moment telt de provincie Limburg nog 40 windmolens.

Daarnaast zijn er in Limburg nog 71 restanten van molens bekend.

Het aantal molens dat momenteel op het grondgebied van de gemeente Weert ligt past in het geschetste beeld, namelijk: een watermolen, acht windmolens, waarvan vier windmolens eigendom zijn van de gemeente, en een molenromp. Daarmee heeft Weert meer dan 10% van de molens in de provincie Limburg binnen haar gemeentegrenzen.

Aanleiding voor dit convenant

De complete molens in Weert zijn allemaal als rijksmonument aangewezen. De molens worden derhalve in de eerste plaats beschermd door de Monumentenwet. De molenromp van de Boonesmolen is onlangs aangewezen als gemeentelijk monument.

Tijdens onderhandelingen met de Molenstichting Limburg (MSL) over de bouwhoogten in het gebied Centrum Noord is door de MSL de wens geuit om naast bescherming van de molen zelf te komen tot een algehele eenmalige en eenduidige regeling om de windvang van de molens in Weert veilig te stellen. Voldoende windvang is immers essentieel voor het behoud van de molens. Daarnaast zijn een voldoende watertoevoer en het waterrecht van groot belang voor het functioneren van watermolens. Verder heeft de MSL ervoor gepleit om ook betere kaders te scheppen voor onderhoud en restauratie van molens en om het beheer en de exploitatie van de gemeentelijke molens onder te brengen bij een stichting. De Molenstichting Weerterland (MSW) is hiertoe inmiddels opgericht door oudheidkundige kring de Aldenborgh te Weert.

 

De hierna te noemen partijen:

De Molenstichting Limburg, te dezer rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer P. Willekens, voorzitter, en mevr. B. Jongerius, secretaris,

De Molenstichting Weerterland, te dezer rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer H. Steeghs, voorzitter, en de heer F. Weerts, secretaris,

De gemeente Weert, te dezer rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder van ondermeer cultuur en monumentenzorg de heer H. Coolen,

Nog uit te breiden met de overige moleneigenaren die de uitgangspunten van dit convenant onderschrijven,

 

komen als volgt overeen:

 

1.    Molenbiotopen

Ter waarborging van de windvang en het zicht op de molen zijn molenbiotopen vastgesteld. De molenbiotoop betreft het gebied rondom de molen dat beschermd wordt tegen het oprichten van bebouwing en beplanting in verband met de windvang en het zicht op de molen. De molenbiotopen worden berekend aan de hand van de hiervoor geldende formule, zoals opgenomen in de ´Handleiding Molenbiotoop’ (bron: Vereniging De Hollandsche Molen, Amsterdam, november 1995). Hierin wordt onderscheid gemaakt in open, ruw en gesloten gebied. Voor watermolens gelden andere randvoorwaarden, maar ook deze dienen niet in hun functioneren te worden belemmerd.

Teneinde de windvang veilig te stellen ten aanzien van de molens is in nieuwe bestemmingsplannen een adequate planologische regeling noodzakelijk. In het kader van de ´herziening verouderde bestemmingsplannen´ waarmee de gemeente thans bezig is, worden de volgende afspraken gemaakt:

a.        Volgens de richtlijnen van de Vereniging De Hollandsche Molen, die landelijk hiervoor worden gehanteerd, is voor iedere molen een biotoop vastgesteld, gebaseerd op een zone met een straal van 500 meter rondom de molen. Binnen deze zone is een maximale bouwhoogte toegestaan volgens de formule en is gebaseerd op twee uitgangspunten:

1. H(max) = (x/n) + c*z + NAP(maaiveld molen).

Waarbij geldt dat:

H(max):

maximale hoogte bebouwing tov NAP (nok, dak, groen, etc.)

x:

afstand tot hart molen

n:

invloedsfactor terreingesteldheid (140 voor open terrein, 75 voor ruw en 50 voor gesloten gebied)

c:

constante voor windbeperking (uitgaande van de maximaal toelaatbare windreductie van 5% is dit 0,2)

z:

askophoogte t.o.v. maaiveld molen

NAP(maaiveld molen):

hoogte maaiveld molen tov NAP

2. De regel dat binnen een straal van 100 meter rondom de molen geen obstakels zijn toegestaan boven de berg- of stellinghoogte. 

b.       Deze regeling wordt in elk bestemmingsplan opgenomen waarin molens voorkomen. Tevens geldt een aanlegvergunningplicht voor de aanplant van hoogopgaand groen (hoger dan 5 meter).

c.        Indien bouwplannen met toepassing van procedures van de Wet ruimtelijke ordening worden gerealiseerd, worden de daar geldende molenbiotoop en de daarbij behorende bebouwingshoogtes in acht genomen.

d.       Van een eventuele procedure voor een bouwplan gelegen binnen de molenbiotoop die de maximaal toegestane bouwhoogte volgens de biotoopregels overschrijdt, zal het voornemen kenbaar worden gemaakt aan de MSL en MSW, waarbij de gelegenheid wordt geboden om binnen de daarvoor geldende termijn hun zienswijze kenbaar te maken.

e.       Indien en zodra een bestemmingsplan in procedure wordt gebracht, wordt in geval in of nabij het plan een molen is gelegen de aangegeven molenbiotoop met de daarbij behorende voorschriften in het plan verwerkt. De commissie Cultuurhistorie toetst of dit correct gebeurd is. Bij afwijking hiervan worden MSL en MSW ingelicht, waarbij gewezen zal worden op de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen.

f.         In overige voorkomende gevallen zal, als daar voor een van de partijen aanleiding voor is, overleg worden gevoerd.

g.       Uiterlijk een jaar na afsluiting van dit convenant wordt een nulmeting verricht betreffende de molenbiotopen. Jaarlijks worden de ontwikkelingen hieromtrent met de convenantpartners besproken.

 

2.    Bevordering van het vaker draaien van molens

Molens behoren te draaien en waar mogelijk te malen, ook in de gemeente Weert. De convenantpartners hebben een inspanningsverplichting ten aanzien van de volgende punten:

a.        Het behoud en onderhoud van de molens in Weert als cultureel erfgoed van Weert,

b.       Het zo veel als mogelijk laten draaien van de molens en voor publiek toegankelijk houden of maken,

c.        De molens zo veel mogelijk te laten malen,

d.       Het belang van molens breed onder de aandacht te brengen en

e.       Te bevorderen dat molens een meerwaarde kunnen zijn voor de verschillende cultuurhistorische projecten in Weert.

 

Aldus overeengekomen en getekend op 12 december 2008 te Weert

Molenstichting Limburg

De secretaris                                      De voorzitter

 

Molenstichting Weerterland

De secretaris                                      De voorzitter  

 

Gemeente Weert

De wethouder