Start
De opleiding

 

 

Onze vrijwillige molenaars:

 

  • Sjaak Nijs, De Nijverheid, Stramproy

  • Thei Nijs, Sint-Anna, Tungelroy

  • Geert Hannen, De Nijverheid, Stramproy

  • Gerie Fijen, Sint-Anna, Keent.

  • Nuël van den Hurck, Sint Anna, Keent.

  • Math Beeren, Sint-Jan, Stramproy

 

 

Onze vrijwillige molenaars in opleiding:

  • Lucas Kusters,

  • Bert Rietjens,

  • Jan Moonen,

  • Jan Croonen,

  • Henk Vranken,

  • Frank Oosterhuis,

  • Jac Leijssen

  • Chris Venner

  • Frans Deben

 

Ook belangstelling om de opleiding vrijwillige molenaar van het Gilde van Vrijwillige Molenaars afdeling Limburg te gaan volgen?

Neem contact op met Molenstichting Weerterland.

 

 

 

 

 

 

JAC NIJS ONTVANGT LIMBURGSE MOLENPENNING 2010

De Limburgse Molenpenning 2010, de tweejaarlijkse prijs van de Molenstichting Limburg, is toegekend aan vrijwillige molenaar en molenaar instructeur Jac Nijs van molen De Nijverheid in Stramproy.

De speciale onderscheiding werd zaterdag aan de start van de Limburgse Molendagen in aanwezigheid van veel molenaars, vrienden, cursisten en oud cursisten van Jac Nijs in Stramproy door voorzitter Peter Willekens van de Molenstichting Limburg uitgereikt. Ook het voltallige bestuur van de Molenstichting Limburg en een aantal bestuursleden van de Molenstichting Weerterland waren daarbij, net als veel familieleden van Jac en Els Nijs en buren van de molen De Nijverheid aanwezig.

Voorzitter Willekens memoreerde dat de band van Jac Nijs met molen De Nijverheid, in de volksmond in Stramproy niet voor niets "Molen van Nijs" genoemd, een band van vele jaren is. Al van kindsbeen af was Jac Nijs nauw bij deze molen betrokken en de laatste 40 jaar draait en maalt hij met grote regelmaat op deze stenen beltmolen aan de rand van Stramproy.

Ook is Jac Nijs als jarenlang actief bij het Gilde van Vrijwillige Molenaars. Dit gilde verzorgt de opleidingen van nieuwe vrijwillige molenaars. Iedere zaterdag krijgt een groep cursisten van Jac op een van de molens in het Weerterland instructie. Daarbij is Jac Nijs vooral een man van de praktijk en minder van de droge theorie. Bovendien weet hij zijn lessen steeds met veel humor te presenteren zodat er ook heel regelmatig een bulderende lach opklinkt tijdens de zaterdagochtenden dat Jac Nijs op De Nijverheid vrijwillige molenaars in spé opleidt.  Kortom een bevlogen molenaar.

 

 

 

Vrijwillige molenaars in opleiding malen op Sint Jansmolen

Vrijwillige molenaars in opleiding, voorzitter Weerts van de Molenstichting, molenbouwer Wim Adriaens en de vrijwillige molenaars Jacq en Thei Nijs en Math Beeren.

 

Op de Sint Jansmolen in Stramproy zijn, voor het eerst na de omvangrijke restauratie van deze molen in 2009, weer enkele zakken graan gemalen. Een groep vrijwillige molenaars in opleiding maalde het graan onder het toeziend oog van instructeur Jacq Nijs en van de vaste vrijwillige molenaar van de Sint Jansmolen, Math Beeren.

Vrijwillige molenaar Beeren gaf de molenaars in opleiding eerst uitvoerig uitleg over de eeuwenoude standerdmolen en over de maalstoel waarna de aankomend molenaars enthousiast aan de slag konden gaan. Ook een delegatie van het bestuur van de Molenstichting Weerterland kwam bij deze gelegenheid even een kijkje op de Sint Jansmolen nemen. Molenstichting Weerterland beheert immers sedert 1 januari 2010 nu ook officieel de Sint Jansmolen en drie andere Weerter windmolens (beide Sint Annamolens in Keent en Tungelroy en molen De Nijverheid in Stramproy) die eigendom van de gemeente Weert zijn.

De Molenstichting Weerterland wil de komende tijd extra veel aandacht schenken aan het aantrekken en opleiden van extra vrijwilligers tot vrijwillige molenaar. Om de windmolens in Weert maandelijks minimaal acht uur te laten draaien, wat de bedoeling van de Molenstichting is, moeten er meer vrijwillige molenaars komen. Mensen die wat meer willen weten over het vrijwillige molenaarschap of over de opleiding tot vrijwillige molenaar kunnen contact opnemen met de Molenstichting Weerterland. Ook kunt u op deze website onder het hoofdstuk Vrijwillig Molenaar meer lezen over deze hobby en over de opleiding.

 

 

 

Vrijwillige molenaars op excursie naar de Selfkant

De jaarlijkse voorjaarsexcursie van de Molenstichting Weerterland met de vrijwillige molenaars en de Vrienden van de Molens in het Weerterland is in 2009 naar België en Duitsland gegaan. In Weert werd de Antoniusmolen van Laar bezocht waar eigenaar Bas Verheul samen met zijn vrouw Ankie druk doende zijn met een omvangrijke restauratie die helemaal in eigen beheer wordt doorgevoerd.

Napoleonsmolen Hamont

In de Belgische stad Hamont werd de mooi gerestaureerde stenen bovenkruier, de Napoleonsmolen, gekeken. In deze uit 1804 daterende en toen oorspronkelijk als beltmolen gebouwde molen was een aantal jaren terug nog een café met discotheek gevestigd. Maar onder auspiciën van burgemeester Harrie Meeuwissen, tegenwoordig één van de vier vrijwillige molenaars op deze molen werd de molen die graag maalt en waar bovendien olie geslagen wordt, in oude luister herstelt. De Weerter molenbouwers gebroeders Adriaens waren nauw bij deze werkzaamheden betrokken.

Een team van vier vrijwillige molenaars zorgt dat deze molen regelmatig draait en maalt. Bovendien leiden de vrijwillige molenaars ook de vele bezoekers op de molen rond en vertellen ze over de geschiedenis van de molen en het unieke mechanisme.

In de Duitse Selfkant, tussen Heinsberg en Geilenkirchen werden vier windmolens bezocht. Deze streek behoort met de molens van Breberen, Waldfeucht, Haaren en Kirchhoven tot de molenrijkste regionen van Duitsland. De Verein Historische Mühlen im Selfkant e.V. waakt over het behoud van de molens die zonder uitzondering landschappelijk zeer aantrekkelijk liggen. Vooral de Museumswindmühle van Breberen is daarbij opmerkelMuseumswindmühle Breberenijk omdat deze molen een voor ons land niet zo gangbaar wiekensysteem kent. De molen heeft vaste metalen wieken van het Bilau systeem. Deze wieken zijn oorspronkelijk afkomstig van een molen uit Kevelaer. Tot 1961 werd op de molen graan gemalen en in 1964 kocht de Kreis Heinsberg de molen als Museums-windmühle. In 2006 nam de gemeente Gangelt de molen van de Kreis Heinsberg over en sedertdien zijn Karl-Heinz Tholen en zijn zoon Peter de molenaars. Momenteel is naast de molen een dagcafé in aanbouw.

Molen Haaren

In Haaren op de Haarener Windmühle bleek dat molenaar Verbeek druk in de weer was met de instructie van een aantal Duitse vrijwillige molenaars in opleiding.

Onze Weerter moleninstructeur Jac Nijs liet zich, daarbij spontaan geassisteerd door vrijwillig molenaar Gerie Fijen de kans niet nemen om de Duitse vrijwillige molenaars in opleiding te laten zien hoe in Nederland bv de wieken bedenkt worden. Dat resulteerde in een spontane uitwisseling van ervaringen tussen de Duitse molenaars in opleiding en hun collega's van deze kant van de grens.

De volgende excursie van de Molenstichting Weerterland is in het voorjaar van 2010. Dan staat het bezoek aan enkele molens in Brabant en in het Noorden van de Provincie Limburg op het programma.

 

 

Na de restauratie van de vier molens die eigendom van de gemeente Weert zijn, is het erg belangrijk dat deze molens voor de toekomst in een goede staat blijven verkeren.

Regelmatig onderhoud is daarom erg belangrijk.

Maar nog belangrijker is dat de molens voortaan regelmatig draaien.

Daarvoor moet een stichting als de Molenstichting Weerterland een beroep doen op beroeps molenaars én vrijwillig molenaars.

De stichting mag zich gelukkig prijzen dat er al een aantal mensen zoveel belangstelling voor de molens en het behoud van de molens voor de komende generaties hebben, dat ze zich als vrijwillig molenaar inzetten.

Iedere twee weken geeft molenaar Jacques Nijs op molen De Nijverheid in Stramproy les aan nieuwe vrijwillige molenaars in opleiding.

Maar er zijn meer mensen nodig, óók jongeren !

De Molenstichting Weerterland gaat zich er daarom actief voor inzetten dat de groep vrijwillig molenaars wordt uitgebreid. En dat er de komende jaren ook een verjonging kan worden doorgevoerd.

 

Jacques Nijs geeft aan vrijwllig molenaars in opleiding instructie
Op molen De Nijverheid in Stramproy worden tweewekelijks nieuwe vrijwillige molenaars opgeleid

 

 

Wij willen belangstellingen graag steunen en helpen bij het volgen van de speciale cursus voor Vrijwillig Molenaar.

Wilt u hierover wat meer weten neem dan met een van onze bestuursleden contact op.

Ook onze molenaars en vooral natuurlijk de vrijwillig molenaars vertellen u graag wat meer over hun gevarieerde en interessante hobby.

Op deze pagina zullen wij steeds nieuwtjes over en voor de vrijwillig molenaars opnemen.

 

 

 

Gerie Fijen in zonnetje gezet

Gerie Fijen tijdens de Limburgse Molendag in actie op de St.-AnnamolenHet bestuur van de Molenstichting Weerterland heeft tijdens de Limburgse Molendag, zondag 5 oktober, vrijwillig molenaar Gerie Fijen in het zonnetje gezet. Gerie Fijen vierde op de Limburgse Molendag dat hij op de kop af 35 jaar als vrijwillig molenaar actief is bij de gemeente Weert. In deze 35 jaar stond hij als vrijwillig molenaar op de Wilhelmus Hubertusmolen aan de Eindhovenseweg en de St.-Annamolen in Keent. In Ospel laat hij molen De Korenbloem ook regelmatig draaien.

Op de St.-Annamolen in Keent kwamen voorzitter Harrie Steeghs van de Molenstichting Weerterland en verschillende andere bestuursleden Fijen met zijn opmerkelijke jubileum feliciteren.

Begonnen als vrijwillig molenaar heeft Fijen veel verdiensten voor het molenwezen in Limburg en voor de Limburgse afdeling van het Gilde van Vrijwillige Molenaars. Van deze Limburgse afdeling was Gerie Fijen maar liefst 25 jaar voorzitter. In deze kwart eeuw heeft hij ook de opleiding van nieuwe vrijwillige molenaars onder zijn hoeden gehad en heeft hij talrijke nieuwe vrijwillige molenaars opgeleid. In 2004 stond Gerie Fijen ook mee aan de wieg van de oprichting van de Molenstichting Weerterland en de Molenstichting Nederweert. Van de Molenstichting Nederweert is hij ook bestuurslid. Voor zijn verdiensten voor de Limburgse molens en het behoud van de molens als cultureel en industrieel monument en erfgoed werd Gerie op 26 januari 2007 benoemd in het Lidmaatschap van de Orde van Oranje Nassau.

 

TIJDENS EEN ZWARE STORM

KROOP HIJ EENS IN DE KAP VAN DE MOLEN

 

Routinematig klopt vrijwillig molenaar Geert van Winkel (62) uit Ospel even op de barometer die in molen De Korenbloem hangt. Ook werpt hij een korte blik naar buiten door een raam van de molen. “De komende dagen houden we dit weer”, stelt hij vast. “Vrij rustig en eigenlijk wat te weinig wind om te kunnen draaien..”

Geert van Winkel (62) woont al 35 jaar tegenover molen De Korenbloem aan de rand van de dorpskern van Ospel. Een molen waar hij ruim dertig jaar nauwelijks naar heeft omgekeken. De laatste paar jaar is Van Winkel echter nauwelijks meer bij de Korenbloem weg te slaan. Bijna ieder vrij ogenblik gebruikt de voormalige werktuigbouwkundige om de molen te laten draaien. En als er te weinig wind staat, is het druk met klussen. Afgelopen mei slaagde Van Winkel voor het examen voor het getuigschrift Vrijwillig Molenaar van  het Gilde van Vrijwillig Molenaars. Hij mag nu, als erkend vrijwillig molenaar, op de Korenbloem en op alle andere door wind aangedreven molens in ons land malen.

 “Het is vrijwillig molenaar Gerie Feyen geweest die me eigenlijk helemaal gek van molens heeft gemaakt. Gerie maalde regelmatig op de Korenbloem. Zo kwam ik als overbuurman van de molen met hem aan de praat. Gevolg was dat ik me steeds meer voor de molen ging interesseren. Voor de molen als machine maar ook als monument en cultureel erfgoed. Toen ik wat meer tijd tot mijn beschikking kreeg omdat ik in de VUT ging, besloot ik om de opleiding voor vrijwilliger molenaar te gaan volgen. Je wilt je immers echt in zo’n molen verdiepen. En als vrijwilliger op de molen draag je ook een grote verantwoordelijkheid met je mee. Je werkt tenslotte met een monument, een stuk historie van je dorp en cultureel erfgoed. Dat vereist dat je precies weet wat je doet.”

 De opleiding tot Vrijwillig Molenaar was voor Van de Winkel, ondanks zijn technische achtergrond,  beslist geen sinecure. “Je krijgt met zaken te maken waarvan je vooraf weinig benul hebt. Zaken als molentypes, de molenbiotoop,  verschillende soorten molens, veiligheid en de bediening van molens komen uitvoerig aan de orde. En natuurlijk heel veel over het weer.”

De vrijwillig molenaar wijst daarbij op twee dikke klappers vol cursusmateriaal. “Dat is allemaal de theorie. Maar bij deze opleiding is de praktijk nog veel belangrijker. Twee keer per maand ging ik tijdens de 2,5 jaar dat is de opleiding volgde bij molenaar Sjaak Nijs in Stramproy een ochtend of middag aan de slag. Hij was mijn instructeur. Van hem heb ik de kneepjes geleerd. Ondermeer dat je als molenaar één met de molen moet worden. Dat is belangrijk want iedere molen is een individu. Molens hebben een eigen wil, karakter. Je moet de molen voelen, ruiken, verstaan en begrijpen. Alleen dan leer je ook met de molen te praten. Ik ben ooit tijdens een zware storm met windkracht twaalf boven in de kapzolder van de Korenbloem gaan zitten alleen om naar de geluiden te luisteren.”

 Van Winkel doet er alles aan om zijn belangstelling en misschien ook wat van zijn liefde voor de molens op het brede publiek over te brengen. Met plezier nodigt hij mensen op de Korenbloem uit en regelmatig organiseert hij activiteiten op en rond de molen. Zo regelde hij met de organisatoren van de wandelvierdaagse van Nederweert dat het parcours van deze vierdaagse werd verlegd. “Zodat de wandelaars langs de molen moesten wandelen. Ik zorg dan dat de molen, als er voldoende wind staat, draait.”

 Tros is de vrijwillig molenaar dat een betrekkelijk kleine gemeenschap als Nederweert, met drie windmolens, liefst acht mensen telt die een opleiding tot vrijwillig molenaar volgen. “Dat is de basis voor het toekomstige behoud van de molens. Want molens moeten draaien. Dat kan  alleen als er voldoende vrijwillige molenaars zijn. Want het aantal molens met een beroepsmolenaar zal verder afnemen”, vreest Van Winkel.

 Plannen voor zijn Korenbloem heeft hij de komende jaren nog in overvloed. Momenteel is hij bezig met de inrichting van een klein winkeltje in de molenbelt. Ook wil hij het voegwerk van de molenromp eens stevig onderhanden nemen en de omgeving van de molen moet nog worden aangekleed. "Zo blijf je bezig maar dat is geen probleem. Want als de molen draait hoor je het geluid van de wind in de zeilen, het kreunen van de assen en de balken, het zingen van de stenen. Dan komt je molen tot leven. En ruik je dan de geur van het vers gemalen graan; man dat is kicken.” 

 

De opleiding tot vrijwillig windmolenaar duurt gemiddeld 2 jaar afhankelijk van  beschikbare tijd en inzet. Voor de begeleiding bij het opdoen van praktische ervaring en theoretische kennis kan de cursist terecht bij een instructeur die door het GVM is aangesteld. Daarnaast kan men aanvullende ervaring en kennis opdoen bij gediplomeerde vrijwillige molenaars op verschillende molentypes. Als na verloop van tijd blijkt dat MEN aan de eisen voldoet, zal de instructeur  de cursist aanmelden voor het toelatingsexamen dat door het afdelingsbestuur van het GVM wordt afgenomen. Voor deelname aan het toelatingsexamen dient men ten minste één jaar in opleiding te zijn geweest . Tevens dient men minimaal 150 uur praktijkervaring op een molen te hebben en  minimaal 30 uren op een ander type molen dan de instructiemolen. Om deel te kunnen nemen aan het examen moet men bovendien ten minste 18 jaar oud zijn.

Levert het toelatingsexamen geen problemen op, dan wordt de kandidaat voorgedragen voor het landelijk examen, dat door de examencommissie van De Hollandsche Molen op een windmolen wordt afgenomen. Wie voor het molenaarsexamen slaagt, ontvangt het getuigschrift van De Hollandsche Molen. Een gediplomeerd vrijwillig molenaar kan zelfstandig een molen bedienen.